Drie gewesten, drie systemen
In België is de erfbelasting (ook successierechten genoemd) een zaak van de gewesten. Welk gewest bevoegd is, hangt af van waar de overledene in de laatste vijf jaar voor het overlijden het langst woonde. Waar de erfgenamen wonen, maakt niet uit. De tarieven en vrijstellingen verschillen sterk: in Vlaanderen betaal je in rechte lijn hooguit 27%, in Brussel en Wallonië tot 30%. Voor broers, zussen en anderen lopen de tarieven op tot 55% in Vlaanderen en 65% tot 80% in Brussel en Wallonië.
Tarieven in rechte lijn en tussen partners
| Vlaanderen | |
|---|---|
| tot € 50.000 | 3% |
| € 50.000 tot € 250.000 | 9% |
| boven € 250.000 | 27% |
| Brussel | |
|---|---|
| tot € 50.000 | 3% |
| € 50.000 tot € 100.000 | 8% |
| € 100.000 tot € 175.000 | 9% |
| € 175.000 tot € 250.000 | 18% |
| € 250.000 tot € 500.000 | 24% |
| boven € 500.000 | 30% |
| Wallonië | |
|---|---|
| tot € 12.500 | 3% |
| € 12.500 tot € 25.000 | 4% |
| € 25.000 tot € 50.000 | 5% |
| € 50.000 tot € 100.000 | 7% |
| € 100.000 tot € 150.000 | 10% |
| € 150.000 tot € 200.000 | 14% |
| € 200.000 tot € 250.000 | 18% |
| € 250.000 tot € 500.000 | 24% |
| boven € 500.000 | 30% |
In Vlaanderen wordt het tarief in rechte lijn twee keer apart toegepast: één keer op de roerende goederen en één keer op het vastgoed. Dat scheelt, omdat je zo twee keer in de laagste schijf begint. In Brussel en Wallonië telt alles samen.
Vrijstellingen en verminderingen
- Gezinswoning: in alle drie de gewesten erft de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner de gezinswoning zonder erfbelasting, onder voorwaarden. In Vlaanderen geldt dat ook na minstens drie jaar feitelijk samenwonen.
- Vlaanderen: de partner erft sinds 1 januari 2026 de eerste € 75.000 aan roerende goederen vrij van erfbelasting. Voor kleine erfdelen tot € 50.000 in rechte lijn is er een belastingkrediet, en kinderen jonger dan 21 krijgen € 75 vermindering per jaar tot hun 21ste.
- Brussel: de eerste € 15.000 is vrijgesteld voor partners en erfgenamen in rechte lijn, plus € 2.500 per jaar tot 21 jaar voor jonge kinderen.
- Wallonië: de eerste € 12.500 is vrijgesteld in rechte lijn en tussen partners, € 25.000 als je erfdeel niet meer dan € 125.000 bedraagt, plus € 2.500 per jaar tot 21 jaar voor jonge kinderen.
Kinderen, kleinkinderen en ouders betalen in Brussel en Wallonië ook een lager tarief op hun deel van de gezinswoning. Die gunstregeling rekent deze tool niet mee: voor hen is de uitkomst een bovengrens.
Broers, zussen en anderen
Voor broers en zussen geldt in Vlaanderen 25% tot € 35.000, 30% tot € 75.000 en 55% daarboven. Voor ooms, tantes, neven, nichten en niet-verwanten is dat 25%, 45% en 55%. In Vlaanderen en Brussel wordt het tarief voor die laatste groep berekend op wat ze samen erven, en verdeeld naar ieders deel. Wie zonder partner en kinderen sterft, kan in Vlaanderen sinds 2026 in zijn testament de singlevermindering toekennen: dan betalen de aangeduide personen 3% en 9% op samen maximaal € 100.000.
Lees meer over de erfbelasting in Vlaanderen en de successierechten in Brussel en Wallonië.
Veelgestelde vragen
Welk gewest bepaalt de erfbelasting?
Het gewest waar de overledene de laatste vijf jaar het langst woonde. Waar de erfgenamen wonen, speelt geen rol. Wie van Antwerpen naar Brussel verhuisde en daar drie jaar woonde, valt dus onder de Brusselse tarieven.
Wat zijn de tarieven in Vlaanderen?
Partners en kinderen betalen 3% tot € 50.000, 9% tot € 250.000 en 27% daarboven. Dat tarief geldt apart voor de roerende goederen (geld, beleggingen) en voor het vastgoed. Broers en zussen betalen 25%, 30% en 55%, anderen 25%, 45% en 55%.
Betaalt de partner erfbelasting op de gezinswoning?
In de drie gewesten erft de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner de gezinswoning zonder erfbelasting, onder voorwaarden. In Vlaanderen geldt dat ook voor wie minstens drie jaar feitelijk samenwoonde. Daarnaast is in Vlaanderen sinds 2026 de eerste € 75.000 aan roerende goederen voor de partner vrijgesteld.
Hoe lang heb je tijd voor de aangifte?
In Vlaanderen 4 maanden na het overlijden als de overledene in België overleed, 5 maanden bij een overlijden elders in Europa en 6 maanden daarbuiten. In Brussel en Wallonië gelden dezelfde termijnen. Vaak doet de notaris de aangifte.